Hoe lees je etiketten van producten?

Eekhoorn leest etiketJe zult het vast al vaak hebben gehoord: lees het etiket! Het etiket zegt immers alles over of een product gezond is ja of nee. Maarja, waar moet je dan precies op letten? Hoe weet je of iets (on)gezond is?
Het etiket lezen is in ieder geval essentieel als je gezond en puur wil eten. Vooral omdat de (Nederlandse) voedingsindustrie veel manieren heeft bedacht om je te misleiden, zoals het Ik Kies Bewust logo of Puur&Eerlijk van Albert Heijn. Geloof me, de meeste van deze producten zijn absoluut geen ‘bewuste’ of ‘pure’ keuze, maar eerder een marketingtruc om een hoop geld te verdienen. Mensen hechten immers steeds meer belang aan gezond eten, hier speelt de voedingsindustrie dan ook handig op in. Meestal wordt er (veelal door de grote, bekende merken) veel geld betaald om een ‘vinkje’ op hun product te krijgen, wat dit logo alles behalve objectief en betrouwbaar maakt.
Ik zal je tips geven hoe je het beste het etiket van een product kunt lezen. Ter illustratie heb ik enkele foto’s van misleidende producten bijgevoegd.

1. Bekijk altijd eerst de ingrediëntenlijst. Vaak geldt: hoe langer, hoe ongezonder. En: hoe meer E-nummers, hoe ongezonder. Fabrikanten hebben echter iets gevonden op E-nummers, namelijk het beestje gewoon bij de naam noemen. Kijk daarom niet alleen of er E-nummers opstaan, maar ook of er termen bijstaan die je niet kent, begrijpt of kan uitspreken. Deze zijn meestal ongezond. Denk hierbij aan voedingszuren, verdikkingsmiddelen, conserveringsmiddelen, geur-, kleur- en smaakstoffen, etc. Er zijn enkele uitzonderingen (zo is het verdikkingsmiddel agar-agar niet ongezond), maar laat ik daar op dit moment maar niet op in gaan, om het niet te verwarrend te maken. Hoe korter de ingrediëntenlijst, hoe beter. Hoe meer bekende, gezonde termen/ingrediënten, hoe beter. Verder is het handig om te weten dat de ingrediëntenlijst op volgorde is, van meest naar minst voorkomend in het product. Dus hoe eerder een ingrediënt voorkomt in de lijst, hoe meer ervan in het product zit. Één tip: koop het boekje ‘Wat zit er in uw eten?’ van Corinne Gouget of download een E-nummers app voor op je smartphone, hier staat in welke E-nummers ongezond zijn en welke minder.

IMG_5928IMG_5930

2. Kijk naar de hoeveelheid (toegevoegd) suiker. Suiker wordt toegevoegd aan de vreemdste producten, zelfs aan vlees, vis en verse groenten (zie foto’s). ZEMBLA heeft hier een interessante documentaire over gemaakt, De Zoete Verleiders. Bekijk die eens op internet, het opent echt je ogen! In de voedingswaardetabel zie je hoeveel gram suiker het product bevat per 100 gram. Houdt daarbij rekening met de gemiddelde portiegrootte! Zo zit in 100 ml cola 11 gram suiker. Een glas cola is echter ongeveer 200 ml. Per glas krijg je dus 22 gram suiker binnen. Om een idee te krijgen hoeveel dat is: 5 gram suiker staat gelijk aan één suikerklontje. Één glas cola bevat dus bijna 5 klontjes suiker, belachelijk veel dus. Mijn advies is om altijd de hoeveelheid suiker om te rekenen naar het aantal suikerklontjes, waarbij je rekening houdt met de portiegrootte. De gemiddelde portiegrootte staat soms ook apart op de verpakking vermeld (handig!). Let ook op de synoniemen voor suiker. Hier komen ze: glucosestroop, fructosestroop, dextrose, druivensuiker, sucrose, sacharose, alles met het woord ‘suiker’ erin, etc. Het zijn allemaal slechte suikers. Let tot slot op de ongezonde, kunstmatige zoetstoffen. Deze zoetstoffen zijn behoorlijk chemisch en even slecht als suiker (dan wel niet slechter..). Ze worden vaak genoemd als E-nummers of onder een van de volgende namen: aspartaam, sacharine, xylitol, sorbitol, lactitol, maltitol, etc. Een uitzondering is stevia, op de verpakking ook wel vermeld als ‘steviolglycosiden’ (klinkt behoorlijk chemisch zo op het eerste gezicht), dit is een natuurlijke, gezonde zoetstof! Het is de enige gezonde zoetstof die 0 calorieën bevat, alle andere 0-calorieën-zoetstoffen zijn rotzooi. Maar let op: de meeste stevia die verkocht wordt in de supermarkt is ‘nep’, bijv. die van het merk Natrena, het bevat slechts 3% stevia, de rest is chemische zoetstof. Échte stevia is verkrijgbaar bij natuur(voedings)winkels.

3. Kijk naar de hoeveelheid en soorten vet. Les 1: transvet = heel ongezond, verzadigd = ongezond, onverzadigd vet = gezond. Ook hierop zijn uitzonderingen (zo bevat kokosolie veel verzadigd vet, maar is deze door de ‘samenstelling’ alsnog gezond), maar hier ga ik nu niet op in, om verwarring te voorkomen. Het is overigens een misverstand dat verzadigd vet altijd vast is en onverzadigd vet altijd vloeibaar is. Zo bevatten noten en avocado veel onverzadigd vet, terwijl deze ook vast zijn. Ben daarbij niet bang voor vet! Vaak wordt gedacht: hoe minder vet, hoe beter. Dit is absoluut niet waar. Onverzadigd vet is essentieel in een gezond voedingspatroon en zit onder andere in noten, vette vis en avocado. De aanbevolen maximale hoeveelheid verzadigd vet per dag is ongeveer 20-25 gram.

4. Kijk naar de hoeveelheid vezels. Dit geldt met name voor graan- en rijstproducten. Te weinig vezels in dergelijke producten zorgt voor pieken in je bloedsuikerspiegel en dus vetopslag. Kies dus altijd voor meergranen/volkoren producten die minimaal 6 gram vezels per 100 gram bevatten. Vezels zijn essentieël voor energie, een goede spijsvertering/stoelgang en gewichtsverlies.

5. Kijk naar de hoeveelheid zout. Zout wordt ontzettend veel toegevoegd aan producten, met name omdat het de houdbaarheid verlengt. Zout wordt op de verpakking vaak aangegeven onder de naam ‘natrium’. De dagelijkse aanbevolen maximale hoeveelheid zout is 6 gram, wat gelijk staat aan ongeveer 2,5 gram natrium. Zout is net zo ‘leeg’ als suiker, het is ontdaan van vrijwel alle mineralen, waardoor het bijdraagt aan verschillende kwalen. Als je echter gezond eet, dus zo min mogelijk kant-en-klare producten of pakjes, hoef je hier minder op te letten. Om je eigen gerechten te zouten, adviseer ik Himalayazout te gebruiken, deze bevat nog vrijwel alle mineralen en is dus minder schadelijk dan tafelzout en zeezout.

6. Zoals ik al vertelde zijn het Ik Kies Bewust logo en Puur&Eerlijk behoorlijk misleidend. Maar ook teksten als ‘zonder kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen’, ‘met natuurlijk suiker’, ‘suikervrij’, etc. kloppen vaak niet. Ter illustratie heb ik foto’s van de etiketten van producten bijgevoegd. Op het eerste gezicht lijken ze gezonde keuzes, maar schijn bedriegt als je de ingrediëntenlijst bekijkt. De enige keurmerken waar ik waarde aan hecht zijn o.a. het MSC-keurmerk (voor gezonde, pesticidevrije, duurzame vis), Beter-Leven kenmerk (voor gezond (scharrel)vlees) en het EKO-keurmerk (voor biologische producten).

IMG_5929IMG_5927

Mijn advies is om zoveel mogelijk zelf te bereiden. Maak je eigen maaltijden, sauzen, soepen, etc. op basis van pure, onbewerkte ‘basis’producten. Oftewel: producten die nog zoveel mogelijk in hun originele ‘staat’ zijn. Ongesneden, onbewerkt, etc. Wil je toch een keer mayonaise eten bij je (zelfgemaakte) frietjes? Of even makkelijk tomatensaus uit een pot gebruiken? Koop deze dan het liefst bij de biologische supermarkt, zoals Ekoplaza. Lees echter áltijd het etiket, ook bij biologische producten!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>